Woordenschat

 

IK HEB, WIE HEEFT… TEGENSTELLINGEN

 

Ken je de werkvorm ‘Ik heb, wie heeft’? Hierin oefen je met de hele klas woordenschat, tafeltjes of andere onderwerpen die geautomatiseerd moeten worden. Ik heb een kaartjesblad voor de tegenstellingen gemaakt.

 

Verdeel de kaartjes over je kinderen. Heb je minder dan 30 kinderen, dan geef je sommige kinderen er twee. De activiteit begint bij een willekeurig kind. Hij of zij leest voor wat er op het kaartje staat. Daar staat namelijk eerst een antwoord op, maar daarna een vraag. De leerling die op zijn kaartje het antwoord op de vraag heeft staan, is als volgende aan de beurt en lees zijn antwoord en vraag. Zo gaat het spel verder tot alle kaartjes aan de beurt zijn geweest.

 

Klik hier om het kaartjesblad 'tegenstellingen' te downloaden.

Klik hier om het kaartjesblad 'vergelijkingen' te downloaden.

 

 

WOORDENSCHAT DOBBELEN

 

De betekenis van doelwoorden inoefenen is erg belangrijk, maar alsmaar definities over schrijven kan snel saai worden. Met dit werkblad laat je het lot bepalen hoe de kinderen de nieuwe woorden gaan verwerken. Dat is een stuk spannender!

 

Geef de kinderen voorafgaand aan deze activiteit allemaal een dobbelkaartje en een dobbelsteen. Zorg ook dat ze de te oefenen woorden ergens kunnen vinden, bijvoorbeeld in het taalboek. Vervolgens laat je ze bij ieder doelwoord dobbelen. Bij ieder cijfer op de dobbelsteen hoort een andere opdracht om een doelwoord te verwerken.

 

Klik hier om het dobbelkaartje te downloaden.

 

 

DURE WOORDEN

 

Stel je voor dat letters geld kosten. Dan zou je wel drie keer nadenken voor je een woord zou maken. Op dit principe is het volgende spel gebaseerd. Alle letters hebben in dit spel namelijk een specifieke waarde in euro's, zoals te lezen op het spelblad. En hierdoor worden spelling, woordenschat en rekenen moeiteloos gecombineerd.

 

Voor de leerkracht is het de taak om hier uitdagende opdrachten mee te geven. Laat ze zelf woorden verzinnen, of laat ze een woordenboek gebruiken als hulpmiddel. Ik garandeer je dat de kinderen enthousiast aan de slag gaan.

 

Voorbeeldopdrachten:

- Noteer vijf dierennamen, allemaal minder dan €20,-.

- Bedenk zes dingen om te eten, de totale kosten onder de €50,-.

- Wie weet de goedkoopste kleur?

- Zoek een woord van precies €75,-.

 

Klik hier om het spelblad 'dure woorden' te downloaden.

 

 

WOORDENBOEK BINGO

 

Ook al worden woordenboeken steeds meer vervangen door het internet, toch is het belangrijk dat kinderen basale woordenboek vaardigheden, zoals zoeken op alfabet, leren. Om het interessant voor ze te maken, heb ik er een spel bij bedacht: woordenboek bingo.

 

Om het spel te kunnen spelen, heb je een spediale bingo kaart nodig, met in plaats van cijfers, woorden er op. Je kunt er drie downloaden onder aan dit bericht. Vervolgens deel je de kaart uit aan je leerlingen. Je stelt een timer in en het is de bedoeling dat de kinderen gaan zoeken in hun woordenboek. Als ze een woord gevonden hebben, schrijven ze het bijbehorende bladzijdenummer in het bingo vakje. Wie heeft er als eerste een rij? En wie heeft als eerste de kaart vol?

 

Klik hier om 'woordenboek bingo kaart 1' te downloaden.

Klik hier om 'woordenboek bingo kaart 2' te downloaden.

Klik hier om 'woordenboek bingo kaart 3' te downloaden.

 

 

HERFST MINDMAP

 

Maak naar aanleiding van een gesprek over de seizoenen samen met je kleutergroep een mindmap over de herfst.

 

Het enige wat je nodig hebt zijn een potlood en papier om tekeningetjes te maken van doelwoorden en een groot vel om de mindmap op te maken. Plak alles netjes op en laat het door de kleuters versieren met echte herfstblaadjes. Zeker leuk wanneer de kinderen deze herfstblaadjes zelf mogen uitzoeken.

 

Natuurlijk kun je zo'n mindmap ook maken over de andere seizoenen. Plak er voor de lente bloemetjes bij en voor de winter geknutselde ijssterren. Het is leuk om deze dan naast elkaar op te hangen.

 

WOORD VAN DE DAG

 

Om extra te werken aan woordenschat, wordt op een van de scholen waar ik werk, in sommige klassen gewerkt met een woord van de dag. Dat houdt in dat er door de leerkracht iedere dag een woord centraal wordt gesteld, waar verschillende strategieën mee worden geoefend.

 

De pictogrammen zijn afkomstig uit de methode Taal In Beeld. Bij de spin maak je een woordweb rondom het woord van de dag. Bij het tekstballonnetje schrijf je een zin waar dit woord in voorkomt. De pijlen die dezelfde kant uit wijzen, daar schrijf je een synoniem. En bij de andere pijlen een antoniem.

 

Je kunt de kinderen voorafgaand aan de klassikale activiteit zich ook al laten voorbereiden. Dat doe je middels een werkblad waar alle vier de pictogrammen op staan. Geef ze ook een woordenboek, zodat ze het woord kunnen opzoeken.

 

Klik hier om de vier pictogrammen te downloaden.

Klik hier om het werkblad te downloaden.

 

MIJN FAVORIETEN