Engels

LISA                        ADVERTEREN                       REVIEWS                       WORKSHOP                        DISCLAIMER                        CONTACT

5-MINUTEN SPELLETJES VOOR DE ENGELSE LES



Om de les mee af te sluiten of om mee te starten, of als tussendoortje of als beloningsspelletje in een leswissel. Hoeft trouwens ook niet per se in het Engels; kan bij elke vreemde talen les ingezet worden. Bijvoorbeeld als jouw school in de grensstreek Duits aanbiedt.



Boggle


Schrijf zestien letters op het bord (in een vlak van vier-bij-vier). Aan de kinderen is het om in een korte tijd zo veel mogelijk woorden ermee te bedenken. Voor elk correct Engels woord krijgen ze per letter een punt. Wie heeft de meeste punten?


Zin doorgeven


Ga met de leerlingen in een kring zitten. Fluister bij het kind links van je in het Engels een zin in het oor. Die luistert goed en fluistert het weer bij zijn linkerbuur in het oor. Zo gaat de zin de hele kring rond. Lukt het om aan het eind nog steeds de juiste zin te hebben?


Galgje


Galgje kennen we allemaal wel. Speel het zoals normaal, maar dan in het Engels, dan is het extra moeilijk en spannend. Vooral heel geschikt voor een les waarin je de uitspraak van de losse Engelse letters oefent.


Bingo


Dit spel is perfect om de getallen in het Engels te oefenen. Laat de kinderen in hun kladblok of op hun wisbordje een vierkant verdeeld in zestien hokjes maken. In elk hokje schrijven ze een getal tussen de 0 en 100. De leerkracht roept in een passend tempo willekeurige getallen op. Horen de kinderen een getal op hun kaartje, dan kleuren ze dat hokje. De eerste die een volle rij of volle kaart heeft (afhankelijk van hoeveel tijd je hebt), is de winnaar.


Wat ben ik?


Een leerling komt voor de klas zitten en krijgt een post-it op zijn voorhoofd met een mens, dier of ding erop. Hij of zij mag vragen stellen aan de rest van de groep, maar zij mogen alleen antwoorden met ‘yes’ of ‘no’. De bedoeling is in zo min mogelijk beurten te raden wat er op de post-it staat.


Kies hier een leerling voor uit die al wat beter is in het Engels spreken. Hij/zij kan op eigen hoog niveau spreken en de rest leert van het luisteren en proberen te begrijpen van de vragen.


Alfabet


De Engelse naam voor dit spel is ‘scattergories’. Je kiest een aantal categorieën en laat de kinderen die in kolommen op een blaadje schrijven. Denk aan categorieën als: meisjesnaam, dier, soort groente, meubelstuk, enzovoort. Noem dan een willekeurige letter van het alfabet. De kinderen moeten in elke categorie een Engels woord zetten dat met deze letter start.


Makkelijke versie: de kinderen krijgen een punt voor elk correct woord.
Moeilijke versie: de kinderen krijgen een punt voor elk correct woord dat alleen zij (en geen andere klasgenoot) hebben.


Ik zie, ik zie wat jij niet ziet


De spelregels van dit spel ken je wel. In het Engels heet het: I spy, I spy, with my little eye. Hartstikke geschikt in een les waar je de kleuren en begrippen zoals groot, klein, laag en hoog oefent.


Ik ga op vakantie en ik neem mee


Speel het spel volgens de normale spelregels, maar pas het aan op het onderwerp van je les. Gaat jouw les over de eten en drinken, maak er dan van: “In my grocery cart I have a…”. En bij een les over kleding wordt het: “When I look in my closet, I see a…”.



Heb jij nog een tip voor een eenvoudig spelletje om toe te voegen aan de Engelse les? Ik voeg het graag aan deze lijst toe! Laat het me weten via deze link.

VAN LIED NAAR SONG


Juf Marly paste afgelopen carnaval periode haar Engels les aan op de actualiteit. De kinderen kregen namelijk de opdracht carnavalsliedjes naar het Engels te vertalen. Niet gemakkelijk, maar wel heel leerzaam.


No, I don’t have bananas

I don’t have bananas today

I have radishes

Very nice ones

Red ones and white ones

But no, I don’t have bananas

I don’t have bananas today


Natuurlijk hoef je niet tot carnaval te wachten om deze les in jouw eigen groep te geven. Het werkt namelijk ook prima met paadliedjes, kerstliedjes en ouderwetse kinderliedjes. Geef je leerlingen een Nederlandse liedtekst, een woordenboek en hup: aan de slag!


Bedankt voor dit super idee, juf Marly.



EATING AND DRINKING


In deze les komen de kinderen in aanraking met de Engelse namen voor de belangrijkste maaltijden, allerlei voedingsmiddelen. Ze leren beschrijven hoe iets smaakt en of ze iets wel of niet lekker vinden.


Inleiding:

Laat de kinderen het filmpje 'Emile tastes food' bekijken en vraag hen wat ze er van begrepen hebben. Welke Engelse woorden die met eten te maken hebben, hebben ze gehoord? Toon ze daarna de 'Vegetable song'. Geef ze de opdracht goed op te letten en te proberen zoveel mogelijk groentes te onthouden. Deze hebben ze straks namelijk nodig voor een spelletje.


Kern:

Deel het woordpakket 'Eating and drinking' uit en geef de kinderen de kans om de woorden nog eens voor zichzelf uit te spreken. Licht waar nodig de betekenis nog eens toe. Bij de meeste woorden is dat niet nodig, omdat er een plaatje bij staat.

Laat de kinderen dan raden over welk eten je het nu hebt: "It's fried and it's salty. It's made of potatoes and you can eat it at McDonalds." Laat ze het woord 'fries' in het Engels benoemen. Nu kiezen ze zelf een gerecht of ingrediënt, maar vertellen ze aan niemand wat. Ze mogen voor zichzelf voorbereiden hoe ze dit gaan beschrijven in het Engels. Laat ze in groepjes zo een raadspelletje spelen. Kinderen die durven, mogen ook voor de klas.


Afsluiting:

Speel het spel 'Catch'. De leerlingen staan in een grote kring rond de leerkracht. De leerkracht heeft een zachte bal of een pittenzakje vast. Dit gooit hij naar een leerling, waarna de leerling iets wat je kunt eten of drinken noemt (in het Engels uiteraard). Dan gooit de leerling de bal terug, en is iemand anders aan de beurt. Weet je niks, of noem je iets dat al is geweest, dan ben je af.


Klik hier om het filmpje 'Emile tastes food' te bekijken via youtube.

Klik hier om het filmpje 'Vegetable song' te bekijken via youtube.

Klik hier om het woordpakket 'Eating and drinking' te downloaden.



TELLING TIME


In deze les komen de kinderen in aanraking met het tellen en klokkijken in het Engels. Ze leren ook vragen hoe laat het is en hierop antwoord geven.


Inleiding:

Vraag de kinderen hoe laat het is. Ze zullen waarschijnlijk meteen antwoorden. Leg dan uit dat je in de Engels les een antwoord in het Engels verwacht. Dat is moeilijker! Wie komt er uit? Bespreek met de kinderen dat klokkijken in een andere taal hartstikke moeilijk is.


Kern:

Deel het woordpakket 'telling time' uit en geef de kinderen de kans om de woorden al eens voor zichzelf uit te spreken. Laat ze dan het filmpje 'Tell the time in English' bekijken, waarin precies uitgelegd wordt hoe de verschillende tijden genoemd worden. Stop het filmpje na nieuwe onderdelen om het begrip te controleren. Noem dan zelf in het Engels een aantal tijdstippen op, die een vaste plek innemen in de klas (bijvoorbeeld het begin van de pauze) en laat de kinderen benoemen wat je dan doet.


Afsluiting:

Gebruik nu de oefenklok om de kinderen de tijd af te vragen. Net zoals wanneer ze net leren kloklezen, alleen nu in het Engels. Als je geen oefenklok in de klas hebt, kun je de onderstaande link gebruiken om er een op het digibord te krijgen. Hier kun je zelf de moeilijkheidsgraad aangeven. Maak er een spelletje van. Wie weet het eerst de tijd!


Klik hier om het woordpakket 'telling time' te downloaden.

Klik hier om het filmpje 'Tell the time in English' te bekijken via youtube.

Klik hier om de klok te oefenen op het digibord.



THE WHOLE YEAR ROUND


In deze les komen de kinderen in aanraking met de Engelse namen van de seizoenen, de maanden,  de dagen van de week en de belangrijkste feestdagen. Ze leren ook vertellen welke datum het is en vragen wanneer iemand jarig is.


Inleiding:

Laat de kinderen het liedje 'Eating Cookies All Year' bekijken en vraag hen daarna of ze hebben ontdekt hoe de seizoenen in het Engels heten. Weten ze ook wat de namen van de maanden zijn? Bekijk daarna samen het filmpje 'Joey's way to remember the days of the week' en bespreek de fout in dit filmpje. Kunnen de kinderen de dagen van de week wel correct opnoemen?


Kern:

Deel het woordpakket 'the whole year round' uit en geef de kinderen de kans om de woorden nog eens voor zichzelf uit te spreken. Op de feestdagen na, zijn alle woorden nu al eens besproken. Laat de kinderen de feestdagen raden door middel van dit quizje:

- Lovers give eachother gifts like chocolat or greeting cards on this day (Valentine's day).

- A bunny goes around and hides eggs everywhere (Easter).

- This happens on the first day of January (New Year).

- People decorate a tree en Santa Claus gives everyone a present (Christmas).

- You dress up like a wich or monster and go trick-or-treat'ing (Halloween).

- People get together, eat a festive meal and tell eachother wat there thankfull for (Thanksgiving).

Daarna mogen de kinderen in tweetallen een kort gesprekje voorbereiden waarin ze woorden van het woordpakket gebruiken. Enkele tweetallen voeren hun stukje op.


Afsluiting:

Het spel 'ik heb... wie heeft'. Ieder kind heeft kaartje met een A (answer) en een Q (question). Degene die begint heeft alleen een vraag. Hij of zij stelt de vraag en degene met het juiste antwoord staat op, geeft antwoord en stelt zijn eigen vraag. Zo gaat het door. Het laatste kind heeft alleen een antwoord.


Klik hier om het filmpje 'Eating Cookies All Year' te bekijken.

Klik hier om het filmpje 'Joey's way to remember the days of the week' te bekijken via youtube.

Klik hier om het woordpakket 'the whole year round' te downloaden.

Klik hier om de spelkaartjes 'the whole year round' te downloaden.



Back to school NL