HUMOR

9 DINGEN DIE JE NIET WILT HOREN TIJDENS DE TOETS

 

 

De CITO toetsen zitten er voor mijn groep weer op. Eindelijk, denken de kinderen. En ik ook!

Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel blij met de informatie die ik uit de toetsen haal, waarmee ik mijn onderwijs evalueer en kinderen verder kan helpen. Maar CITO toetsen afnemen in een unit 5-8, heb ik toch wel enigszins onderschat. Zes toetsen keer een x aantal taken (en voor groep 8 zelfs acht toetsen) x vier groepen is wel heftig!

 

Voordeel: ik heb weer zat inspiratie voor een leuk lijstje. Deze keer … dingen die je niet wilt horen voor, tijdens of na de toets.

 

 

1. Oh, waren we al met het dictee begonnen?

 

Bij zin 11. Dat is me maar één keer gebeurd. Sindsdien controleer ik altijd heel goed of echt alle leerlingen meedoen. De meneer in kwestie was nog lekker in zijn boek aan het lezen. Ging er helemaal in op.

 

 

2. Notificatie: Absentiemelding voor…

 

Tja, het CITO seizoen en het griepseizoen vallen nu eenmaal altijd tegelijk. Dat is een gegeven.

Twee weken geleden kreeg ik ’s ochtends vier ziekmeldingen. Een leerling uit groep 5, een uit groep 6, een uit groep 7 en een uit groep 8. Deel 1 van de CITO spelling stond gepland en ik had echt geen zin om alle vier de dictees twee keer voor te lezen. We zijn dus maar met woordenschat verder gegaan.

 

 

3. Ik heb per ongeluk het antwoord in mijn boekje omcirkeld.

 

Voorheen liet ik de kinderen een kruis op de voorkant van het boekje zetten en gooide ik die boekjes na de toets weg. Het jaar erna moest ik dan weer kopiëren.

 

Tijdens de laatste toets van dit jaar bedacht ik een gemakkelijkere reactie: “Omcirkel de andere drie antwoorden ook maar.”

 

 

4. Goed werken, geen fouten maken. Denk eraan! Deze toets telt mee voor je advies/rapport.

 

Ouders die hun kroost opjutten voor de toetsen, wat heb ik daar ontzettend veel moeite mee. Hoeveel we op school ook benadrukken dat de toetsen een meetinstrument zijn en we ook naar allerlei andere zaken kijken, wil dit niet bij alle ouders beklijven. Met als gevolg dat kinderen hartstikke gespannen aan een toets beginnen.

 

Jammer.

 

 

5. Volgens mij heb ik een vraag overgeslagen, maar ik weet niet meer welke.

 

Oh nee!

 

 

6. Juf, ik moet naar de wc.

 

Tijdens een toets die voorgelezen moet worden. Vooral herkenbaar voor de onderbouw leerkrachten. Zeker wanneer je ziet dat de heer of dame in kwestie het echt niet meer kan ophouden. Wat doe je dan? Met z’n allen wachten. En dan maar hopen dat het om een kleine boodschap gaat.

 

 

7. Broertje.

 

Dit behoeft geen uitleg. Iedereen die ooit een DMT heeft afgenomen, weet waarom.

 

 

8. Kan de lijst LrlAfname niet vinden.

 

Als je net alle rekentoetsen van groep 8 hebt ingevoerd en op ‘bewaren’ klikt, verschijnt deze foutmelding in beeld. En er is niets dat je kunt doen, behalve het programma afsluiten en weer helemaal opnieuw beginnen.

 

En ja, bij deze toets kiezen we voor ‘fouten invoeren’.

 

 

9. Ik ben klaar! Makkie.

 

Na zeven minuten. Bij een begrijpend lezen toets. Van een zwakke leerling… Die kinderen heb je ook. En verontwaardigd dat ze zijn als ze van mij alle vragen nog eens opnieuw moeten bekijken en de tekst moeten teruglezen!

 

 

50 KEER: WAAROM LEERKRACHTEN HET LEUKSTE BEROEP HEBBEN

 

 

De laatste tijd hoor ik veel negatieve geluiden in de media over het onderwijs. Het lijkt net alsof het een straf is om leerkracht te zijn.

 

Maar laten we eens eerlijk zijn. Het tegendeel is waar! We hebben een juist een geweldig beroep.

 

Geloof je me niet? Ik heb het bewijs verzameld in deze vijftig (ja, vijftig!) redenen waarom leerkrachten het aller-, aller-, allerleukste beroep ter wereld hebben!

 

 

1. Je krijgt de kans levens te beïnvloeden.

 

2. Je kunt leerlingen zo’n beetje alles laten doen wanneer je ze een gouden ster, smiley of iets willekeurig anders (voer jouw beloningssysteem in) geeft.

 

3. Bij geen andere baan krijg je zoveel complimenten: “Juf, wat heb je een mooie jurk aan!”

 

4. Er ligt ieder jaar een valentijnskaart voor je klaar: “liefu juf …’

 

5. Je kunt de kinderen zo lekker voor de gek houden.

 

6. Dat magische moment wanneer je een verhaal voorleest en twintig kinderen je muisstil met open mond aanstaren.

 

7. Je wordt met een titel aangesproken: juf of meester.

 

8. Opmerkingen van leerlingen houden je bescheiden: “Juf, zie ik daar nu grijs in je haar?”

 

9. Je hebt een excuus om als volwassene mee te doen aan de Sinterklaasgekte: “Tja, het Sinterklaasjournaal moet ik nou eenmaal kijken voor mijn werk.”

 

10. Zo’n 20 tot 30 schatjes denken dat jij de slimste persoon op de wereld bent.

 

11. Je weet wat hard werken is.

 

12. Je ziet leerlingen door het jaar heen groeien en steeds zelfstandiger worden.

 

13. Je krijgt op de gekste momenten ineens een leuk lesidee (onder de douche, in de supermarkt, op vakantie, bij de tandarts)

 

14. Je blijft je hele leven bijleren.

 

15. Door regelmatig oefenen, blijf je een kei in hoofdrekenen.

 

16. De hele dag met kinderen werken, het houdt je jong.

 

17. De grappige uitspraken die leerlingen doen: “Juf, wat wil jij eigenlijk later worden? “

 

18. Je blijft, zonder al te veel moeite, lekker op de hoogte van de actualiteit door samen met je groep het jeugdjournaal te kijken.

 

19. Je leert net zoveel van de kinderen als zij van jou.

 

20. De boeiende, bijzondere, interessante gesprekken die je met je leerlingen voert.

 

21. Ook al heb je geen kinderen, je wordt toch regelmatig papa/mama genoemd (of opa/oma, maar dat is minder leuk).

 

22. Je hoeft niet te twijfelen wanneer je t of dt moet gebruiken.

 

23. Meedoen met trefbal. “Ik laat jullie wel eens zien hoe dit moet!”

 

24. Omdat je als een celebrity wordt behandeld wanneer je een leerling buiten school tegenkomt. Vind maar eens een ander beroep waarbij je de hele dag mag zingen.

 

25. Je op school opgedane organisatievermogen kun je ook thuis gebruiken.

 

26. Je krijgt betaald om met kinderen te knutselen! Het behoeft geen uitleg waarom dit geweldig is.

 

27. Je hebt altijd een reden om naar de Action of Xenos te gaan.

 

28. Ben je single? Niet getreurd. Er is altijd wel een kleuter die met je wilt trouwen.

 

29. Je kunt je al een beetje voorbereiden voor wanneer je zelf ooit kinderen krijgt.

 

30. Fijne, regelmatige werktijden en het weekend vrij.

 

31. Niemand voelt zich op zijn verjaardag zó jarig als een leerkracht.

 

32. Bij welk ander beroep krijg je nou de kans om met glitter te werken?

 

33. Leerkrachten zijn de meest positieve mensen.

 

34. Al die cadeautjes en chocolade die je aan het eind van het schooljaar krijgt.

 

35. Als je een probleem tegenkomt, zijn er altijd wel 20 tot 30 lieverdjes bereid het te helpen oplossen.

 

36. Spelletjes spelen onder werktijd. Jeej!

 

37. Al die gezellige vieringen: Kerstontbijt, Paaseieren zoeken, intocht van de Sint…

 

38. Jij zes uur lang de baas bent!

 

39. Dat moment dat een leerling, na dagen/weken van oefenen, het eindelijk snapt! Een beter gevoel bestaat niet.

 

40. Gymlessen geven, achter kleuters aanrennen. Je blijft actief.

 

41. Elke dag is anders.

 

42. Voor leerlingen die het thuis niet goed hebben, maak jij het verschil.

 

43. Elke dag biedt een nieuwe uitdaging (ook al is die uitdaging soms zoiets als een luizenplaag).

 

44. Collega’s, waarmee je zo op één lijn zit, dat ze vrienden worden.

 

45. Soms vind je zomaar ineens een lief briefje op je bureau.

 

46. De gezellige drukte die in een klaslokaal heerst.

 

47. Wanneer een leerling of ouder je komt bedanken.

 

48. Je kunt altijd creatief aan de slag.

 

49. Herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie, meivakantie, zomervakantie… Zelfs wanneer je een deel ervan werkt.

 

50. En last but not least: de kinderen!

 

50 WAARHEDEN OVER ONDERWIJS...

 

DIE ZE NIET VERTELLEN OP DE LERARENOPLEIDING

 

 

Toen ik op de PABO zat, dacht ik alles te weten dat er maar te weten was over lesgeven en vond ik mezelf heel wat. Gedurende de afgelopen zes jaar heb ik mijn beeld van het onderwijs en het leven als leerkracht aardig bij moeten stellen en heb ik behoorlijk wat bijgeleerd en daar ben ik vast nog niet klaar mee.

Hieronder enkele waarheden over ons vak. Goed om te weten voor nieuwkomers en herkenbaar voor 'oude gedienden'. En eh, lezen met een knipoog!

 

 

1. Een schoolgebouw is vies.

 

2. Pakjes melk achter de verwarming, snot onder de tafels, beschimmelde boterhammen in laatjes...

 

3. Kinderen vertellen alles wat er thuis gebeurt op school aan jou.

 

4. Maar ze vertellen alles wat op school gebeurt ook thuis aan hun ouders.

 

5. Niet alle kinderen zijn (altijd) leuk.

 

6. En niet alle ouders zijn (altijd) leuk.

 

7. Je gaat die dingen zeggen waar je je bij jouw eigen leraren aan ergerde.

 

8. En jouw leerlingen gaan zich aan jou ergeren.

 

9. Je kunt niet altijd de leuke leerkracht zijn.

 

10. Maar het is wel belangrijk dat leerlingen je leuk vinden.

 

11. Op papier zijn je pauzes al kort.

 

12. Maar in de praktijk zijn ze nog veel korter.

 

13. Zelfs in groep 7 en 8 hebben de meeste jongens nog moeite met richten op het toilet.

 

14. In de ogen van je leerlingen ben je oud.

 

15. Dit gaat al op vanaf de leeftijd van 24 ongeveer.

 

16. Je telt de dagen af tot het eindelijk weer vakantie is.

 

17. En dan tel je de dagen tot je alweer naar school moet met weemoed.

 

18. Je krijgt kinderen in de klas die Django of Elvis of Solomonica heten.

 

19. En je krijgt klassen met vier Sofie's.

 

20. Je bent soms langer bezig met de verslaglegging van een activiteit, dan met de activiteit zelf.

 

21. Om drie uur naar huis is een illusie.

 

22. Om vier uur naar huis is ook een illusie.

 

23. Om vijf uur naar huis is vaak zelfs een illusie.

 

24. Om... Laat maar zitten.

 

25. Glitter is altijd een slecht idee!

 

26. Vergaderingen zijn lang niet altijd zinvol.

 

27. Als het een beetje tegenzit, zul je plas moeten opruimen.

 

28. Of poep.

 

29. Of braaksel.

 

30. Of bloed.

 

31. Kinderen zijn verschrikkelijk eerlijk en wijzen je op al je gebreken.

 

32. Je gaat je geld uitgeven aan spullen (al zijn het maar boeken) voor je klas.

 

33. Al die tekeningen en knutselwerkjes die je van leerlingen krijgt, gooi je op een zeker moment weg.

 

34. Je kunt dit niet doen in de papierbak op school, want dan breekt de hel los!

 

35. Je gaat kant-en-klare methodelessen afdraaien.

 

36. Je zult soms in stilte dankbaar of opgelucht zijn als 'dat kind' een dagje afwezig is.

 

37. En je schrikt je kapot wanneer 'die ouder' je een e-mail heeft gestuurd.

 

38. Als je een grapje maakt in de klas, zijn er maar weinig kinderen die het grappig zullen vinden.

 

39. Mocht je je onverhoopt een keer verspreken in de klas, zal deze minutenlang in een lachstuip blijven.

 

40. Het papier in het kopieerapparaat is altijd op wanneer jij wilt kopiëren.

 

41. Hetzelfde gaat op voor de toner.

 

42. En de nietjes.

 

43. En de bonen in het koffieapparaat.

 

44. En... Vul zelf maar iets in.

 

45. Je gaat je 'leerkrachtstem' thuis tegen je partner of kinderen gebruiken.

 

46. Dit leidt tot ruzie.

 

47. Je zult op een zeker moment moeten huilen.

 

48. Maar je droogt je tranen en gaat weer verder met werken.

 

49. Soms zul je denken: waarom heb ik voor dit beroep gekozen?!

 

50. Maar eigenlijk weet je heel goed: je hebt het mooiste beroep dat er is.

 

 

 

ZES IRRITANTE DINGEN DIE ALLE LEERKRACHTEN DOEN

 

JA, JIJ OOK!

 

 

Wij leerkrachten zijn een volk apart en naast het spectrum aan fantastische eigenschappen dat wij bezitten, zijn sommige van onze karaktertrekken iets, eh, minder benijdenswaardig.

 

Herken jij je er ook in?

 

 

1. Niet om kunnen gaan met taalfouten in je omgeving

 

Ook wanneer je niet op school bent en er geen kinderen in de buurt zijn, sta je ‘aan’ en voel je de behoefte om alles en iedereen te verbeteren.

 

Ik heb hier persoonlijk heel veel last van. Als ik volwassenen dingen als ‘Hun komen wat later.’ of ‘Beter als gisteren’ hoor zeggen, ontstaat er een kleine kortsluiting in mijn hersenen en moet ik me inhouden niet ‘ZIJ!’ of ‘DAN!’ uit te roepen.

 

Een heel slechte eigenschap. Maar wees gerust, ik werk er aan!

 

 

2. Heel hard praten

 

Als je gewend bent een klas van 32 kleuters (of nog erger: pubers) te moeten overstemmen, dan ontwikkel je flink wat stemkracht! En soms vergeet je die thuis uit te zetten, wat het nodige commentaar van je omgeving oplevert… “Shhhht!”

 

Juf Maike schreef ook al eens een artikel over haar leerkrachtenstem, waar ik me erg in herkende. “Juffrouw Brulboei”, zo noemt zij het. Klik hier om het te lezen.

 

 

3. Spullen van thuis meenemen naar school

 

En dan vervolgens vergeten mee terug te nemen… Ik hoor overigens dat het bij de meeste andere beroepen andersom is: daar neem je wel eens iets van je werk mee naar huis. Ik kan me er niks bij voorstellen.

 

Ook hier maak ik me schuldig aan. Zo uit mijn hoofd, kan ik al meerdere spulletjes van thuis noemen, die nu op school liggen: al mijn wasknijpers, een wokpan, een fietspomp, mijn eigen lamineerapparaat, mijn staafmixer en een aantal plantenpotjes. En dan heb ik het nog niet eens over alle zaken die ik bewust voor school heb aangeschaft.

 

 

4. Zelf ‘slecht’ luisteren tijdens instructies

 

Van de kinderen verwachten we dat ze stilletjes naar onze uitleg luisteren en serieus meedoen. Echter, bij studiedagen, vergaderingen en dergelijke, doen leerkrachten zelf helemaal niet zo goed mee en is er altijd wel iets heel belangrijks dat ze, tijdens de uitleg, met hun buur moeten bespreken.

 

Dit doe ik zelf overigens helemaal nooit. Echt niet, hoor. Heus.

 

 

5. Praten over school

 

Ga maar niet naast een leerkracht zitten op een verjaardag, want elk verhaal begint met ‘Bij mij in de klas…’ of ‘Vandaag zei een kind zo iets grappigs…’. Veel van die verhalen zijn alleen leuk voor andere onderwijsmensen. De rest van de bevolking kan er weinig mee.

 

Wanneer mijn moeder (ook juf) en ik thuis aan het praten slaan, haakt de rest van de familie inderdaad af. Mijn man maakt me er wel eens belachelijk mee, ook al begint ieder verhaal van hem met ‘Bij ons op de bouw…’

 

 

6. De baas spelen

 

Je bent op school gewend constant de leiding te hebben en trekt dit ook door naar de thuissituatie… Gevaarlijk!

 

Als je echtgenoot zijn vinger op moet steken om te mogen praten, of je tijdens een etentje met vrienden het stilteteken gebruikt, dan wordt het tijd voor vakantie. Maar voor de rest, speel maar lekker de baas, je bent er goed in!

 

 

10 DINGEN DIE JE HERKENT ALS JE OUDER EEN LERAAR IS

 

Ja, mijn ‘mama’ is ook juf! Zij is mijn grote inspiratie. Ze heeft de PABO gevolgd in de periode dat ik op de basisschool startte en daarna gewerkt op ‘mijn’ basisschool. Ze was zelfs mijn juf in groep 8! En twee jaar geleden heb ik zelfs een tijdje een groep met haar gedraaid.

 

Needless to say dat ik het nu helemaal super vind dat mijn moeder juf is. Ik heb altijd iemand om mee over onderwijs te praten, of samen de klas mee in te richten. Maar vroeger… Soms was het heel handig, maar andere keren ook wat minder. Hieronder staan 10 random dingen die je herkent als een van je ouders een leraar is!

 

 

1. Je had altijd de beste, meest originele kinderfeestjes.

 

Als lerares had mijn moeder natuurlijk een reputatie hoog te houden wanneer er andere kinderen bij ons kwamen spelen. En bij kinderfeestjes helemaal!

 

 

2. Leerkrachten doen wat betreft roddelen niet onder voor de cast van Gossip Girl.

 

En dan maar tegen de leerlingen zeggen dat het onbeleefd is… Foei, foei, foei!

 

 

3. Je kon het niet maken je te misdragen in de klas.

 

Want je moeder kende veel van de leerkrachten persoonlijk. En ze kwam overal achter.

 

 

4. En anders liep je het risico om thuis ‘de juffenstem’ te horen.

 

Het behoeft geen uitleg, waarom je dat wilde voorkomen!

 

 

5. Je kunt ‘een klas inrichten’ als vaardigheid aan je CV toevoegen.

 

In plaats van een oppas in te huren, werd je in augustus een week lang mee naar school ‘gesleept’ om te helpen met het verschuiven van tafels, poetsen, namen op schriften schrijven, kasten inruimen en nog veel meer.

 

Ik ben haar zo dankbaar dat ik bij mijn eerste eigen klas al wat ervaring had.

 

 

6. Je kwam er niet onder uit je huiswerk te doen, omdat je moeder ook ‘huiswerk’ deed.

 

Terwijl jij Frans woordjes leerde, keek je moeder flitstoetsen na.

 

 

7. Niet je best doen voor een werkstuk, was geen optie.

 

Want voordat je het bij je echte leraar inleverde, werd het thuis al eens zeer nauwkeurig nagekeken. En je moeder was altijd strenger dan je juf… Dus jij was altijd hard aan het studeren.

 

 

8. En als je eens geen huiswerk had, werd je ingezet om met het nakijkwerk te helpen.

 

‘Hier is een rode pen, daar liggen de stempeltjes. Ga je gang!’ En stiekem vond je het (meestal) super leuk!

 

 

9. ‘Schooltje spelen’ was bij jou thuis the best!

 

Want je moeder had alle materialen ervoor: rode pennen, stempeltjes, voorleesboeken, stickers, misschien zelfs wat extra werkbladen…

 

 

10. Maar ze deed er alles aan om je op andere ideeën te brengen als je zelf écht leraar wilde worden.

 

Want zij wist dondersgoed dat het niet ‘elke dag om drie uur naar huis’ en ‘wekenlang luieren in de vakanties is’, maar hard werken. En dat wist je zelf ook, want je zag het elke dag! Gelukkig heb ik niet naar haar geluisterd. En volgens mij is zij daar ook heel blij om!

 

 

*Er staat telkens ‘zij’ en ‘moeder’ (er werken tenslotte vooral vrouwen in het onderwijs), maar de oplettende lezer kan hier natuurlijk ook ‘hij’ of ‘vader’ invullen. Laten we de mannen niet vergeten!

 

10 PROBLEMEN DIE ALLE LEERKRACHTEN HERKENNEN

 

 

Wat hebben wij leerkrachten toch een heerlijk beroep! Ondanks dat ik er elke dag van geniet, zijn er ook wat minder leuke dingen die ik geregeld tegenkom.

 

En als jij in het onderwijs werkt, jij vast ook!

 

 

1.Al je leerlingen giechelen, maar je hebt geen idee waarom.

 

Over het algemeen heeft dit helemaal geen reden, want bij kinderen (en vooral pubers) geldt: begint er één, dan volgt de rest en lachen werkt aanstekelijk. Maar toch, iets in je begint zich af te vragen of ze je misschien uitlachen. Maar waarom…

 

2.Weer een onderwijsvernieuwing.

 

Als je nog niet goed en wel gewend bent aan de ene verandering, kijkt de volgende alweer om de hoek…

Herkenbaar? Bekijk dit filmpje dan maar eens.

 

3.Nog geen uur op school zijn en al helemaal onder de vlekken zitten.

 

Elke ochtend goed over je outfit nadenken. Iets dat lekker zit, niet te slordig, niet te bloot en niet je 'goede' kloffie. En dan ben je nog niet goed en wel op school of je knoeit koffie, loopt tegen de vieze handjes van een leerling aan of veegt met de whiteboard marker over je jurk.

 

4.Alles wat met ICT te maken heeft.

 

Digibordsoftware, klasbord, basispoort, digitaal leerlingvolgsysteem, schoolwebsite, dyslexie software… Techniek is geweldig als het werkt. Maar waarom werkt het dan de helft van de tijd niet?!

 

5.Ouders of leerlingen die je Facebook account ontdekken.

 

Nee! Ik wil je vriend niet worden! En dan als een dolle je privacy instellingen controleren. Want ook al staat er niks beschamends op je profielpagina, toch voelt het verkeerd als ouders of kinderen je privé foto’s zien.

 

6.Hoofdluis.

 

Dit behoeft geen uitleg. Punt.

 

7.Vergeten in de pauze naar de wc te gaan.

 

En dan wiebelend met de benen tegen elkaar gedrukt instructies geven, tot er eindelijk iemand een oogje in het zeil kan houden.

 

8.Namen van leerlingen.

 

Of ze hebben van die ontzettend lastige namen, als Simcha, Veyron of Sehrap. Of ze hebben een gemakkelijke naam als Tim of Sofie, maar dan met drie tegelijk in één klas. “Nina?” “Ja.” “Ja.” “Ja.”

 

9.Een kind stelt dat een vraag stelt waar je het antwoord op zou moeten weten.

 

Zelfs juffen en meesters weten niet alles en dat mag best toegegeven worden. Zo hoor je geregeld uit mijn mond: “Laten we dat maar eens opzoeken.”

 

Maar zo gemakkelijk als ik dat roep wanneer het een onmogelijke vraag betreft als 'hoeveel inwoners heeft Rusland?', zo gênant is het wanneer het een gemakkelijke vraag is als 'wat is de hoofdstad van Rusland?'.

 

10.Ziek zijn en toch maar gaan werken.

 

Want laten we eerlijk zijn: doorbijten en toch maar werken, is vaak minder gedoe dan alles klaarleggen en regelen voor een invaller. Om nog maar niet te spreken over de keren dat er geen vervangers meer beschikbaar zijn en de problemen die daarmee gepaard gaan.

 

 

Maar ondanks alles hebben we wel het allermooiste beroep ter wereld!

 

BANEN DIE ELKE LEERKRACHT OP ZIJN CV ERBIJ KAN ZETTEN

 

Een tijdje geleden deelde ik een foto van een uitstapje met mijn klas op de fiets. Ik schreef erbij dat ik die dag behalve leerkracht ook reisleider, verkeersregelaar en fietsenmaker was.

 

Een reactie op dat bericht bracht me aan het denken over alle andere ‘functies’ die leerkrachten naast het lesgeven op zich nemen. Hieronder beschrijf ik er een paar. Weet jij er nog meer?

 

Cheerleader

We moedigen kinderen aan, pushen ze om nieuwe doelen te bereiken en juichen wanneer dat is gelukt!

 

Detective

Met onze speurdersneus komen we er altijd achter waar die vermiste potlood is gebleven of van wie de gevonden gymsok is.

 

Bibliothecaris

We kopen boeken, richten een klassenbibliotheek in, lezen voor, doen aan boekpromotie, helpen kinderen een geschikt boek te kiezen en praten er met hen over.

 

Verpleger

Pleisters plakken, schaafwonden schoonmaken, voelen of kinderen koorts hebben, helpen met koelen en in het ergste geval braaksel opruimen… We doen het allemaal.

 

Rechter

De ‘wellesnietes’ discussies op het schoolplein moeten toch door iemand opgelost worden. Wij komen binnen een mum van tijd tot de kern van het conflict.

 

Bankier

Enveloppen met geld voor de schoolfoto’s, Jantje Beton of de vrijwillige ouderbijdrage moeten allemaal netjes bewaard en nageteld worden.

 

Poetser

Tafeltjes afnemen, vloeren vegen, plantjes water geven, opruimen… Er zijn natuurlijk geweldige poetsers op de scholen, maar die krijgen het werk vaak niet alleen af.

 

ICT’er

Als leerlingen met de laptops of tablets werken, is er altijd wel een probleem dat opgelost moet worden. “Heb je geprobeerd hem uit en weer aan te zetten?”.

 

Designer

Je klaslokaal inrichten, versieren en bijhouden is een baan op zich. En met elk thema moeten de hoeken weer aangepast worden.

 

TIEN KEER ...

 

WAT LEERKRACHTEN ZÉGGEN tegenover WAT ZE ECHT DÉNKEN

 

 

Als leerkrachten hebben we natuurlijk een bepaalde voorbeeldfunctie en moet alles wat we zeggen goed afgewogen en zowel pedagogisch als ethisch verantwoord zijn.

 

Betekent dit dat we ook altijd zo verantwoord denken? Echt niet!

 

Hieronder tien uitspraken die je vast wel eens uit de mond van een leerkracht (misschien wel jijzelf) gehoord hebt... En wat ze écht betekenen.

 

 

1. Eén momentje...

 

Ik heb mijn koffie nog niet op. Je kunt tegen me praten als ik mijn koffie op heb.

 

 

2. Ik heb zo'n gevoel dat het vandaag een gezellige dag gaat worden.

 

Laat vandaag alsjeblieft een gezellige dag zijn?! Laat vandaag alsjeblieft een gezellige dag zijn?! Laat vandaag alsjeblieft een gezellige dag zijn?!

 

 

3. Dit komt misschien wel op de toets.

 

Oké jongens, ik doe jullie een gigantisch plezier door jullie te vertellen dat dit 100% zeker op de toets komt, dus leer het alsjeblieft uit je hoofd!

 

 

4. Zo'n grap hoort echt niet in de klas thuis!

 

Hahaha, goeie! Die moet ik herinneren om thuis te vertellen.

 

 

5. Als het zo grappig is wat jullie bespreken, dan willen jullie het vast ook met de hele klas delen.

 

Ik hoop zo dat jullie niet doorhebben dat ik bluf. Vertel het alsjeblieft niet hardop!

 

 

6. Meneer Jan komt in onze klas kijken, om te zien hoe wij werken. Zet je beste beentje voor.

 

Meneer Bart komt in onze klas kijken, om mijn les te beoordelen. Haal geen rare fratsen uit en houd je aan de regels, want ik ben al zenuwachtig genoeg.

 

 

7. Ik ben niet boos, maar ik ben wel een beetje teleurgesteld.

 

Ik ben niet boos, en ik ben ook niet teleurgesteld. Ik voel eigenlijk helemaal niks, behalve misschien wat irritatie dat ik weer een gesprek moet voeren over afspraken.

 

 

8. Sofie, je mag niet slaan. Zo lossen we geen problemen op.

 

Maar wat goed dat je eindelijk eens voor jezelf op komt! Dat had je al veel eerder moeten doen. Nu zien ze tenminste dat ze niet met je kunnen sollen. You go girl!

 

 

9. Nou zeg, vandaag was een interessante dag.

 

Ik heb niks positiefs te zeggen over vandaag. Zullen we het morgen maar gewoon opnieuw proberen?

 

 

10. Fijn weekend! Geniet van het mooie weer en tot maandag!

 

Halleluja, de week is voorbij! Schiet op, maak dat jullie wegkomen, want deze juf hoeft tot maandagochtend eens lekker niet meer pedagogisch verantwoord te zijn!

 

JEUK : EEN HORRORVERHAAL

 

Hoofdluis, een geliefd woord op elke school (niet!).

 

Scholen proberen er vanalles tegen te doen, nieuwsbrieven, luizenzakken (die blijkbaar helemaal niet werken), geregelde controles en nog veel meer, maar toch blijft hoofdluis een terugkerende plaag. Voor school, maar ook voor mijzelf. Het is die ene smet op een verder perfect beroep.

 

Ik heb ze zelf nooit gehad, maar ben om de een of andere reden ontzettend bang ze te krijgen. En ik ben natuurlijk ook een erg gemakkelijk slachtoffer, met lang haar dat ik bijna elke dag was.

 

Vandaar dit horrorscenario, dat zich zo’n vijf keer per jaar herhaalt.

 

Op elke school gaat het er ongeveer hetzelfde aan toe. In de week na een schoolvakantie worden alle kinderkoppies door een groep hulpouders (vaak luizenmoeders of kriebelteam genoemd) gecontroleerd op luizen en neten.

 

Ik kan het niet helpen, maar zodra ik deze ouders zie, krijg ik jeuk op mijn hoofd. En niet een beetje, nee, ontzettende, verschrikkelijke jeuk. En dan moet ik me zo bedwingen niet te krabben, want in gedachten zie ik colonnes luizen over mijn hoofd marcheren en overal nestjes met neten achterlaten.

 

Als ik er veel over nadenk, hoor ik ze nagenoeg met elkaar kletsen: “Hmmm, dit ziet er uit als een lekker plekje.” en “Kom op jongens, zuigen maar. Er is genoeg bloed voor iedereen.”.

 

Ik maak mijn haar al in de klas los en wacht netjes met de kinderen in de rij, omdat ik zelf ook gecontroleerd wil worden. Maar zelfs de bevestiging dat ík schoon ben, laat de jeuk niet stoppen. Nee, eerst moeten álle kinderen gecontroleerd worden.

 

En wanneer alle kinderen schoon zijn, dan pas verdwijnt de jeuk. Net zo snel als ‘ie gekomen is, verdwijnt ‘ie ook weer. En dan hoef ik er niet meer aan te denken tot de volgende week na een schoolvakantie, waar het weer helemaal van voor af aan begint.

 

Maar o wee als er wél luizen worden ontdekt op school. Want dan vertel ik de kinderen zo’n zes keer per dag dat ze ’s avonds ECHT ALLEMAAL hun hoofd MOETEN laten controleren en dat ze dat NIET MOGEN VERGETEN!

 

En dan moet mijn arme man dat elke avond voor mij doen… En durf ik niet meer met losse haren naar school. En vermijd ik het (zo onopvallend mogelijk) te dicht in de buurt te komen van dat kind dat wel luizen heeft. En voel ik me vervolgens zó schuldig dat ik dat doe, want dat kind kan er natuurlijk ook helemaal niks aan doen en het is voor hem/haar al vervelend genoeg.

 

Maar gelukkig heeft dit horrorverhaal wel een goed einde. Want uiteindelijk (soms na enkele nacontroles en ouderbrieven en wat nog meer) zijn alle kinderen schoon.

 

PS. En ook al krijg ik al jeuk wanneer ik ze zie, er is niemand meer dankbaar voor de luizenwerkgroep bij mij op school dan ik. Het zijn stuk voor stuk kanjers die er voor zorgen dat ik me maar vijf korte momenten druk hoef te maken over luizen en de rest van het schooljaar geniet van een jeukloos hoofd!

 

PS. Tijdens het schrijven van deze blog kreeg ik ook ontzettend last van jeuk... Maar don’t worry, volgens mijn man ben ik schoon.

 

Klik hier voor een handig boek met meer informatie over hoofdluis.

En klik hier voor een boek om het bespreekbaar te maken voor bange kinderen (of juffen).

 

ZES LESSEN DIE IK OP DE PABO HEB GEMIST

 

 

Op de PABO leerde ik enerzijds over Vygotsky, Piaget, meervoudige intelligenties en handelingspsychologie en anderzijds liedjes spelen op een xylofoon en knutselen met afvalmateriaal. Héél leerstofgericht tegenover héél leerlinggericht!

 

Maar ik miste wel nog wat écht praktijkgerichte lessen. Zoals:

 

 

1. Kopieerapparaat repareren voor dummies

 

Handig voor alle niet-zo-technische leerkrachten onder ons, met stap-voor-stap instructies over probleemstellingen als: het papier is op, het tonerniveau is te laag, er zitten strepen op de kopieën, het papier hangt vast, de nietjes moeten worden bijgevuld of het onding geeft een rare foutmelding.

 

 

2. Kleine pauze bootcamp

 

Leert je hoe je een recordtijd van 15 minuten je kinderen de klas uit werkt, naar het toilet gaat, een kop koffie drinkt, een telefoontje aanneemt, je boterham eet, een bloedneus stelpt, de materialen voor de les erna klaarlegt én weer vrolijk bij de deur klaarstaat om je kinderen op te vangen.

 

En dan heb ik het nog niet eens over toezicht!

 

 

3. Gehoortraining: herken de stem

 

Hoe je, met je rug naar de klas (want je schrijft iets op het bord), kunt ontdekken welke kinderen over iets anders dan de leerstof aan het kletsen zijn, en er vervolgens (zonder je om te draaien) op rustige toon iets over zegt.

 

En als je soms denkt dat dit niet mogelijk is, dat dacht ik ook, maar dat is het wel, en het is geweldig om die verbaasde kindergezichtjes te zien! Ze geloven werkelijk dat je ogen in je achterhoofd hebt.

 

 

4. Spoedcursus vlek verwijderen

 

In een mum van tijd leer je een einde te maken aan veelvoorkomende onderwijsgerelateerde vlekken. Te denken valt aan: permanent marker op het whiteboard*, plakbandresten op de ramen** of ecoline in je nieuwe blouse***.

 

* Gewoon even met een whiteboard marker overheen gaan.

** Sopje eroverheen en dan wegkrabben met een lijmkrabber.

*** Vergeet het maar. Die vlek krijg je er nooit meer uit!

 

 

5. Workshop: voorlezen zonder te kijken

 

Leert je in een mum van tijd hoe je een boek – op spannende toon – voorleest, op een zodanige wijze dat alle kinderen de plaatjes kunnen zien en tegelijkertijd van tot wel 30 koppies in de gaten houdt of ze wel opletten.

 

 

6. Seminar: wat te doen als je het zelf niet weet

 

Hoe red je jezelf er uit wanneer je zelf een fout maakt, of het gewoon niet weet? Je leert verschillende technieken, zoals: uitstellen (daar hebben we het wel een andere keer over), smoesjes (ik wilde gewoon weten of jullie wel opletten) en probleem verschuiven (zoek dat zelf maar eens op)!

 

Je zou natuurlijk ook eerlijk kunnen toegeven dat jij ook niet alles weet, maar laten we eerlijk zijn, daar is geen lol aan te beleven.

 

TIEN DINGEN DIE EEN LEERKRACHT NIET WIL HOREN

 

 

Leerkrachten hebben een olifantenhuid en zijn aardig wat gewend te horen. Dat moet ook wel met al die eerlijk kleutertjes: “Jouw billen zijn véél dikker dan die van mama.”

Maar als we een van deze tien dingen horen, gaan er alarmbellen rinkelen.

 

 

1. “Maar jullie hebben toch altijd vakantie.”

 

Natuurlijk! En we zitten ook de hele tijd thee te leuten bij de zandbak en gaan iedere dag om half drie naar huis.

 

Dat brengt me er op: waarom ben jij zelf eigenlijk geen leraar geworden?

 

 

2. “Het kopieerapparaat/koffiezetapparaat/digibord is kapot.”

 

En als dat het weer doet, dan zit er een storing in het alarm, waardoor het elke minuut twee keer piept, ligt het netwerk er uit, lekt het dak, doet de verwarming het niet of blijft de zonwering halverwege hangen.

 

Op een school is er áltijd wel íets kapot.

 

 

3. “Je kunt pas echt een goede leraar zijn als je zelf kinderen hebt.”

 

Nee, ik heb geen kinderen. Misschien krijg ik ze ooit, misschien ook niet, maar dit verandert helemaal niets aan mijn bekwaamheid om les te geven.

 

 

4. “Ik ben mijn potlood/gum/pen/liniaal/slijper/schrift/boek/huiswerk kwijt.”

 

Ligt het misschien in je la? Nee, echt niet. Weet je het zeker? Ja, heel zeker. Heb je gekeken? Ik heb de hele la doorzocht, maar het ligt er niet. Mag ik even kijken?

 

Natuurlijk ligt het in de la. Het ligt altijd gewoon in de la.

 

 

5. “Hé mama, daar is de juf!”

 

Want dit gebeurt altijd op de meest ongemakkelijke momenten. Zoals wanneer je nieuw ondergoed uitzoekt bij de Hema, met een knalrood hoofd en helemaal bezweet van het sporten komt of met drie flessen tequila onder je arm de Gall&Gall verlaat.

 

 

6. “Ik belde even om Pietje/Jantje/Klaasje ziek te melden.”

 

Je zegt: “Och nee, wat vervelend. Wens hem/haar maar veel beterschap.”

 

Maar je denkt: “#*&$%! Dan kan ik dat zinnendictee volgende week wéér een keer voorlezen.”

 

 

7. “Wat moeten we ook alweer doen?”

 

Je bedoelt de opdracht die ik net twee keer uitgelegd heb, door een van je klasgenoten heb laten herhalen én op het bord staat?

 

 

8. “Je hebt het mis. Mijn zoon/dochter doet zoiets niet.”

 

Ik begrijp het: je kind is je kostbaarste bezit en het is moeilijk om te geloven dat hij/zij op school gedrag vertoont wat je niet van hem/haar bent gewend.

 

Maar ik verzin dit niet. Voordat ik het in mijn hoofd haal om ouders te vertellen dat hun kind iets heeft gedaan, verzeker ik me er van dat ik het écht zelf (met mijn eigen ogen) heb gezien.

 

 

9. “Juffrouw, ik voel me niet zo lekker.”

 

Om vervolgens op nog geen vijf centimeter afstand van je schoen over te geven (en dat is nog het best case scenario), wat jij vervolgens moet opruimen!

 

Met (in mijn geval) het risico dat je meteen erna zelf ook moet overgeven.

 

 

10. “Heb je nog even?”

 

Niet echt, want deze vraag wordt nooit gevolgd door ‘want je hebt een salarisverhoging verdiend en het papierwerk moet in orde worden gemaakt’ of ‘want je hebt wel een extra dagje vrij verdiend, omdat je zo hard werkt’.

 

Nee, deze vraag wordt altijd gevolgd door het verzoek (of nóg erger: de opdracht) om één of ander vervelend rotklusje uit te voeren, waar die persoon zelf geen zin in heeft.

 

SHAME ON ME

 

 

We doen in het onderwijs allemaal heel erg ons best om het zo goed mogelijk te doen. Meestal lukt dat, maar soms ook wat minder. Over die niet zo glorieuze momenten schrijf ik meestal niet, terwijl dat juist (achteraf gezien) de interessantste verhalen zijn om te lezen.

 

Dus vandaag deel ik met jullie, mijn top 3 van meest tenenkrommende, genante, beschamende (en toch ook wel weer grappige) ervaringen in het onderwijs. En, laat me niet in de kou staan. Ik hoor jullie mislukkingen ook graag!

 

 

Op 3: ‘poten’

 

Een aantal ouders kwam na schooltijd in rep en roer naar mij toe, omdat zij van meerdere kinderen hadden gehoord dat ik had gezegd dat zij hun ‘poten op de grond’ moesten houden. Ik schrok nogal van de beschuldigingen, want dat taalgebruik past helmaal niet bij mij. Ik was ook nogal boos op de kinderen dat ze zoiets zouden verzinnen (want ik wist zeker dat ik het niet had gezegd).

 

De dag erna was ik echter instructie aan het geven aan de ene groep (het was een combinatie), terwijl de andere groep schrijfles had. Een aantal leerlingen was hun tafel telkens op aan het tillen (we hadden driehoekige tafels, waarbij dat prima ging). Na een paar keer vriendelijk vragen duidelijk mededelen dat het gevaarlijk was en dat ik alle drie de tafelpoten op de grond wilde hebben, was ik het zat. Ik liep naar een leerling toe en zetten de tafel zelf goed.

 

Pas toen een kind zei “Juf, nou zeg je het toch weer!”, realiseerde ik me waar de ophef van de dag ervoor over was gegaan. Ik had inderdaad wéér gezegd: “Alle poten op de grond.” Alleen had ik het nooit over benen, maar over tafelpoten gehad… Na een gesprekje met de kinderen en een e-mailtje naar enkele ouders, was alles gelukkig ook snel weer opgelost.

 

 

Nummer 2: ‘smeervlees’

 

Toen ik met collega’s samen ’s ochtends het pakket van het schoolontbijt opende, viel ons de inhoud erg tegen. Er was alleen maar kaas, smeerkaas en hagelslag om het brood mee te beleggen. Aangezien we de kinderen een brief hadden meegegeven dat ze ’s ochtends thuis niet hoefden te ontbijten, vonden we dat we hen wat meer keuze moesten geven. Een paar collega’s gingen naar de Aldi om nog wat andere producten te halen, en we waren best trots op onszelf dat we dit zo snel hadden aangepakt.

 

Pas toen ik een van de moslimmeisjes uit mijn klas met smaak een boterham met leverworst zag eten (echt lekker smeervlees, juf), realiseerde ik me waarom er in zo’n schoolontbijt doos maar zo weinig producten zitten. Niet alle kinderen mogen natuurlijk alle producten hebben. Ik ging door de grond van schaamte en heb zo snel mogelijk de leverworst van tafel gehaald. Maar het kwaad was natuurlijk al geschied.

 

 

En aan kop… ‘de melktand’

 

In mijn eerste jaar als juf had ik Jarno (verzonnen naam) in mijn klas. Ik was dol op Jarno. Hij was lief, behulpzaam, creatief, enthousiast, maar vooral druk. Heel erg druk. En zoals dat meestal gaat, verloor Jarno een van zijn melktanden op de drukste schooldag van het jaar. Geen probleem, zou je denken, aangezien het thuis gebeurde. Echter, Jarno was zo trots dat hij zijn tand was verloren, dat hij hem weer mee naar school had genomen om te laten zien. En dat deed hij ook, de tand ging de hele klas door en daarna stopte hij ‘m in zijn laatje.

 

Nu vond ik dat niet zo’n verstandig idee, en als de verantwoordelijke juf die ik probeerde te zijn, liet ik hem de tand in een boterhamzakje bij mij op het bureau leggen, want dan (zo dacht ik) kon er niets aankomen…

Ik weet niet wat er precies gebeurde, maar aan het eind van de (zeer drukke) dag, was de tand van Jarno weg. Het boterhamzakje lag er wel nog. Maar zonder tand! De conclusie die we trokken, was dat de tand er waarschijnlijk uitgevallen was, maar die conclusie trokken we pas nádat de poetsvrouw de hele klas had geveegd.

 

De middag begon ermee dat ik samen met onze (lieve, behulpzame) I.B.’er door de vuilniszak van de schoonmaakster ben gegaan, en eindigde ermee dat ik een moeder moest bellen dat ik haar zoons melktand was kwijtgeraakt. Het enige lichtpuntje aan dit verhaal is, dat de moeder er heel erg om kon lachen en me vertelde dat ik me niet zo druk moest maken.

 

Nou, dat waren mijn drie beschamende verhalen. Zijn er nog meer mensen die iets willen opbiechten? Stuur me een berichtje door bovenaan de pagina op het envelopje te klikken!

 

AANRADERS